bijna thuis

Het is nu zondagavond. Morgen vertrekken we naar Nederland. Ik heb al opgezocht hoelang van te voren wij op het vliegveld moeten zijn. Dat blijkt maar een uur of anderhalf te zijn. Valt reuze mee dus. Alles staat gepakt. Veel meer dan alles in de auto laden, naar het vliegveld rijden (8 minuten hoogstens), de auto inleveren en inchecken is niet nodig om ons naar Nederland te brengen.Het is de laatste dagen hier in Salt Lake City schitterend weer.

Absoluut zomerweer met temperaturen tussen 22-29 graden C. Dat is genieten. Ook als je hier in de auto zit op de Interstate 15 die langs Salt Lake City loopt. En daar rijden we regelmatig, als we de stad in gaan voor een kop thee of wanneer we verder naar het zuiden in een van de voorsteden gaan winkelen. Want na alle natuurparken stond alleen dat laatste nog op ons lijstje. En we zijn inmiddels meer dan uitgewinkeld. Ik geloof niet dat ik een zwarte band in winkelen heb. Verder dan een amateuristische oranje band kom ik niet. Het leukste vinden Iahu-Anat en ik nog steeds het lekker een grote beker thee drinken bij Starbucks op het terras. Het voordeel van 2 dagen eerder de Hab verlaten is duidelijk. Ik ben nog nooit zo ontspannen aan de terugreis begonnen.

Over onze tocht naar Salt Lake City door de natuur van Utah moet ik nog vertellen. Hoewel ik zeker weet, dat hoe ik het ook beschrijf, ik nooit kan overbrengen hoe mooi de natuur hier natuur is. Alles hebben we gezien onderweg. Woestijn met wadi’s en kale rotsen, naaldbossen en loofbossen en alpenweiden. En tussen veel van die naaldbomen lagen sneeuw. Zo vaak een prachtig uitzicht dat we op een gegeven moment niet meer stopten om nog een foto te nemen. Vooral ook omdat we weten dat geen enkele foto recht kan doen (nou als je Frans Lanting bent misschien) aan het overweldigende gevoel dat je vult als je daar staat en rijdt. Over een smalle ‘proviniciale’ weg, die je slingerend omhoog en omlaag brengt. Waarbij omlaag zeer relatief is, want mijn oren blijven dicht zitten. Deze vlakte is immers een hoogvlakte.

En dan het Capitol Reef Park. Eerst duiken we een zijweg in, die omhoog moet voeren naar een heuveltop voor een goed overzicht. Zo stond er op een bord bij de ingang van het park. Die top komt niet, maar een zandweg naar links rijdt ons wel een heuveltje op dat ons dat uitzicht / overzicht toch biedt. Hoewel nooit het overzicht dat de maquette in het bezoekerscentrum ons geeft. Dat laat voor mij ook onmiskenbaar zien, dat het hier om onderwaterbergen gaat. Het ziet er net zo uit als een kaart van de oceanen op Aarde maar dan zonder water.

Even later rijden we met onze 4×4 in de Capitol Reef Gorge. Eerst een smalle geasfalteerde weg die grillig slingert over glooiende heuvels aan de voet van de bergwand. Vervolgens houdt het asfalt op en wordt de weg zand. Heel erg rul zand. Terwijl niet alleen de weg, maar ook de kloof steeds nauwer wordt. Mijn auto glijdt zo nu en dan weg. Ik rijd voorzichtig. Ook omdat die enorme steenmassa’s aan beide zijden van de auto, tientallen meters hoog, mij wel benauwen. Ik denk dat je hier beter niet claustrofobisch kunt zijn. Door alle bochten in de weg heb je telkens het gevoel dat je niet verder kunt rijden. Dat de weg nu ophoudt. Maar dan komt er toch weer een bocht. Met sterk overhangende rotsen.

Het uitzicht onderweg verandert constant. Wanden met zwarte strepen. Nu eens niet de horizontale lagen van de verschillende periodes, waarin deze onderwaterbergen gevormd werden, maar verticale strepen. Ik denk ontstaan door regen, maar welke grondsoorten of mineralen er dan die strepen gemaakt hebben, zou ik niet kunnen zeggen. Verderop juist allemaal holtes in het gesteente. In het bezoekerscentrum heb ik net gelezen dat dit een gevolg is van het verdwijnen van zachtere steensoorten door regen en wind. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat heel grote regendruppels hier deuken in de rotswand hebben geslagen.
Verder is het Capitol Reef het meest fantastische voorbeeld van een doorsnede van geologische grondlagen, dat ik ooit gezien heb. De verschillende kleuren van iedere laag afzonderlijk maakt het lezen van die lagen zelfs voor een leek als ik heel duidelijk.
Iedere laag zijn eigen kleur. Hier en daar zijn de bovenste lagen weggesleten of liggen aan de voet van de heuvels. Neergestort bij gebrek aan voldoende steun van de lagen eronder. De natuur op zijn best.

Na de Gorge en het Capitol Reef Park komen we via ontelbare bergpassen en bergkammen uiteindelijk in Ruby’s Inn. Ik ben doodmoe en ga slapen. Iahu-Anat maakt nog haar huiswerk. De volgende morgen schrijf ik een verslag van ons vertrek uit de Hab en zet het door haar ‘s avonds geschreven blog over dat vertrek online.

Sinds woensdagavond hebben we overigens niets meer gehoord. Van wie dan ook. Niet van Mission Support, niet van het hoofdkantoor, niet van onze medebemanningsleden, niet van onze commandant, niet van de locale ondersteuning in Hanksville. Dat houdt in dat we nog steeds niet weten wat er nu was.
Maar ook dat we niet weten hoe er bij al die organisatiedelen gecommuniceerd wordt over ons vertrek. Worden we doodgezwegen? Dat lijkt me dwaas . Want ik ben nog steeds bestuurslid in Amerika en in Nederland. Een Amerikaanse commandante, die niet tegen spanningen kan, verandert daar niks aan.
~ ~ ~ ~ ~ ~ ~
Ik wil trouwens iedereen die op mijn blog, of op die van Iahu-Anat, gereageerd heeft hartelijk danken voor hun reacties. Het was niet alleen leuk om te lezen, maar het gaf ook tastbare uitdrukking aan hoe de rest van de wereld doordraaide, buiten de Hab.
En inderdaad zal ik in Nederland goed slapen, waar ik niet verantwoordelijk ben voor de watervoorziening van Zuid-Holland. Noch de krachtcentrale van de Eneco aan de praat hoef te houden.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInPin on Pinterest