Tijdens de oprichtingsconventie van de Mars Society,
in 1998 in het Amerikaanse Boulder, werd besloten tot een stap-voor-stap
stategie. Natuurlijk was het leuk geweest meteen een bemande expeditie naar
Mars te organiseren, maar op dat moment was er nul gulden in kas. Klein beginnen
was dus het idee, maar wel met een duidelijke eerste stap in de richting
van het doel, een project dat de Mars Society aan de wereld zou presenteren
als een degelijke organisatie en dat iedereen zou laten zien dat de mensen
in staat zijn om naar Mars te reizen. Van NASA-medewerker Pascal Lee kwam
het idee voor een Mars-analoge basis op Devon Island, gelegen op 75 graden
noorderbreedte in het Canadese Noordpoolgebied. Lee had op dat moment al
enkele zomers doorgebracht op het eiland, in het kader van NASA's Haughton
Mars Project.
De Haughton krater lijkt sprekend op Mars: het
is er koud en droog en er groeit vrijwel niets. De krater zelf is er een
zoals er op Mars duizenden zijn, een herinnering aan een meteoorinslag van
lang geleden. En hoewel niet zo geisoleerd als Mars zelf ligt Devon Island
ver genoeg van de beschaving om ook op dat punt wat realisme aan de simulatie
toe te voegen.
Als uitgangspunt voor het Mars Arctic Reseach Station,
zoals het project al spoedig door het leven ging, werd gekeken naar de
landingsmodule uit het Mars Direct-plan van Robert Zubrin: een tonijnblikje
met twee verdiepingen en een doorsnede van negen meter. Kurt Micheels, architect
uit de gelederen van de Mars Society, tekende voor de uitwerking. Het idee
om het bouwwerk uit te voeren met nep-raketonderdelen, om het zoveel mogelijk
op een echt ruimtevaartuig te laten lijken, werd om financiele redenen geschrapt.
Verder werden zaken als een opblaasbare plantenkas, zonnepanelen en een garage
doorgeschoven naar de toekomst, als er meer financiele middelen beschikbaar
zullen zijn. Net als een toekomstige basis op Mars zal het Arctic Research
Station langzaam uitgroeien tot een dorpje.
Alles bij elkaar liep de begroting toch nog op
tot een miljoen dollar. Maar gelukkig kwamen er sponsors. Het softwarehuis
Flashline verbond tegen betaling zijn naam aan het station, dat voortaan
door het leven ging als Flashline Mars Arctic Research Station. Ook Discovery
Channel stelde een flink bedrag beschikbaar, in ruil voor de exclusieve rechten
op alle activiteiten in het station gedurende twee zomers.
In 1999 ondernamen Zubrin, Lee en Micheels een
verkenningsmissie naar Devon Island om de beste plek uit te kiezen voor het
station. Daarbij werd kwistig gestrooid met namen uit de Marsgeschiedenis.
De hoogvlakte grenzend aan de krater kreeg de naam Von Braun Planitia, naar
de man die in de jaren vijftig het eerste plan publiceerde voor een bemande
Marsreis. Een droge rivierbedding werd Lowell Canal genoemd, naar de astronoom
die het verhaal de wereld in hielp dat Mars overdekt was met een netwerk
van kanalen. En professor Robert Haynes, de in 1999 overleden
terraforming-specialist en mede-oprichter van de Mars Society, leende postuum
zijn naam aan de Haynes Ridge, de uiteindelijke locatie van het station,
gelegen tussen de Haughton-krater en de Von Braun Planitia.
Tijdens het eerste half jaar van 2000 werd de hab
(afgeleid van habitat, woonplaats) gebouwd bij Mesa Fibreglass in Denver.
Omdat het project voor de zomer af te krijgen, heeft een flink aantal
vrijwilligers van de plaatselijke Mars Society-afdeling meegeholpen, evenals
een aantal werknemers van Zubrin's eigen bedrijf, Pioneer Astronautics.
Nadat het bouwwerk in de hangar in Denver in elkaar
gezet was, werd alles weer gedemonteerd en naar het hoge noorden gevlogen.
Begin juli leverde een Hercules-vliegtuig van de Amerikaanse marine het hele
pakket aan vijf parachutes af op Devon Island. De eerste vier ladingen kwamen
veilig neer, maar door de sterke wind op vele honderden meters van Haynes
Ridge. Het vijfde pakket kwam wel precies op de goede plek neer, doordat
de parachute niet openging. In dat pakket zaten de vloeren van het station,
een kraan en een kar voor het transporteren van de onderdelen; na het neerstorten
kon alles bij het grof vuil.
Zoveel tegenslag was funest voor het moraal van
de bouwploeg, die gedesillusioneerd het vliegtuig naar het zuiden nam met
het plan het volgend jaar opnieuw te proberen.
Maar is niet juist het menselijk improvisatievermogen
een reden waarom de Mars Society zich zo sterk maakt voor het sturen van
astronauten naar Mars? Dit was een uitgelezen kans om dat concept in de praktijk
te bewijzen!
Een nieuwe ploeg vrijwilligers werd in allerijl
ingevlogen. Als vervanging van de vloerpanelen werd hout ingekocht in het
(naar plaatselijke maatstaven) nabijgelegen Resolute Bay. Er werd een nieuwe
bouwploeg geformeerd, een bont gezelschap: leden van de Mars Society,
NASA-medewerkers, journalisten, en jongeren uit Resolute Bay.
Op het vliegveld van Resolute Bay werden wat oude
onderdelen gevonden om een soort kar te bouwen. Hiermee werden de her en
der verspreid liggende panelen naar de bouwlocatie op Haynes Ridge gebracht.
Daarna sloeg het weer, dat tot dat moment ook al niet echt had bijgedragen
aan de sfeer, ineens om; de wind ging liggen en gedurende een dag of tien
was het zonnig, rustig weer.
Twee van de gebogen wandpanelen werden op de grond
aan elkaar gemonteerd en vervolgens met voornamelijk menselijke kracht overeind
gehesen en met kabels gefixeerd. Het begin was er en meteen was ook al bijna
het hoogste punt bereikt! In de daaropvolgende dagen werden de overige
wandpanelen toegevoegd. Daarna werd een deel van houten vloerconstructie
aangebracht. De panelen van de dakkoepel werden door het cilindervormige
bouwwerk heen naar boven gehesen. Zoals te verwachten was bleek alles net
niet helemaal te passen, maar met wat wrikken lukte het om Flashline Station
wind- en waterdicht te krijgen voor het weer verslechterde.
Op 28 juli werdt het station, met de Marsiaanse
rood-groen-blauwe vlag fier wapperend in top, officieel in gebruik genomen
met toespraken van Zubrin, Lee en Carol Stoker. Deze laatste, een van de
intiatiefnemers voor de eerste Case for Mars-conferentie in 1981, nam ook
de rol op zich van commandant tijdens de eerste driedaagse simulatie.
Tijdens deze eerste sessie werden onder andere
met camera's de bewegingen en tijdsbestedingen van de bemanningsleden nauwkeurig
bijgehouden. Een opzienbarende conclusie was dat van de zes bemanningsleden
er drie schrikbarend veel tijd kwijt waren met het voorlichten van het
thuisfront, een probleem waar zeker bij een echte Marsmissie rekening mee
moet worden gehouden.
Alles op de simulatiebasis is zoveel mogelijk echt,
alleen life support systems als zuurstofvoorziening zijn om budgetaire
reden voorlopig achterwege gelaten. Er is wel een ruimte die als luchtsluis
fungeert. Met het inbouwen van twintig minuten vertraging tijdens contacten
met Mars Society Mission Control in Denver wordt het "tijdsverschil" tussen
de twee planeten nagebootst. Tijdens excursies wordt om de vijf minuten contact
onderhouden met de basis; tijdens die Extra Vehiculaire Activiteiten
(EVA) wordt ook daadwerkelijk geologisch onderzoek gedaan in de Haughton
krater.
Tijdens de korte simulatie van 2000 werd ook gebruik
gemaakt van een Marspak geleverd door NASA-hofleverancier Hamilton Sundstrand.
Aan een Marspak worden weer heel andere eisen gesteld dan aan pakken voor
op de Maan en in het luchtledige van de ruimte: op Mars is alles meer dan
twee keer zo zwaar als op de Maan (maar nog wel een stuk lichter dan op
Aarde).
Hoewel F.M.A.R.S. pas in de zomer van 2001 goed
tot zijn recht zal komen als simulatiebasis, heeft het project een ander
doel al bereikt: publiciteit. Tijdens de bouwperiode waren er enkele tientallen
journalisten aanwezig; een cameraman van Discovery Channel maakte deel uit
van de eerste bemanning.
Het is de bedoeling dat dit succes in de komende
jaren verder uitgebouwd wordt. Niet alleen moet het mogelijk zijn het seizoen
in het Canadese poolgebied uit te breiden van twee tot vier of misschien
wel vijf maanden, ook zullen er soortgelijke projecten worden opgestart op
een aantal andere plaatsen: de woestijn van Nevada, Australie en ergens in
Europa (de Duitse afdeling heeft al plannen voor een MARS2 basis op
IJsland).
Op de analoge bases zal ook een aantal
rover-ontwerpen kunnen worden getest. Het engelse woord rover
kan betrekking hebben op voertuigen in alle soorten en maten. Sojourner,
het "karretje" van de Pathfinder, even groot als een magnetron, is bijvoorbeeld
een rover, maar ook een wagen waarin vier astronauten een week lang in
hemdsmouwen kunnen leven en werken, valt onder het begrip.
Bij serieuze Marsmissies is een rover van het laatste
type, een zogeheten pressurized rover onmisbaar. De astronauten van
een van de laatste Apollo-vluchten hadden de beschikking over een unpressurized
rover, maar dat was meer een soort luxe-artikel; de bemanning mocht nooit
verder dan loopafstand van hun lander vandaan, want bij motorpech moest het
mogelijk zijn terug te wandelen. Als een team Marsvaarders anderhalf jaar
lang op de planeet verblijft is dat natuurlijk geen basis om te werken. Het
moet mogelijk zijn afstanden van een paar honderd kilometer af te
leggen.
Hoewel het nut van zo'n pressurized rover door
weinigen betwijfeld wordt, is er in de praktijk nog weinig gedaan aan de
ontwikkeling ervan. In het voorjaar van 2000 startte de Mars Society daarom
zelf een rover-project. In het kader daarvan konden plaatselijke afdelingen,
of andere geinteresseerde groepen, een eigen ontwerp maken. Tijdens een workshop
op de conventie in augustus 2000 in Toronto zijn de ontwerpen gepresenteerd.
Later in het jaar zal een van de ontwerpen uitgekozen worden voor verdere
uitwerking; verschillende teams hebben al te kennen gegeven dat ze, als ze
niet in de prijzen vallen, desnoodszelf sponsors zullen zoeken.
Begin augustus werd de hab op Devon Island winterklaar
gemaakt. De eerste schooldag is voorbij; de eerste stap is gezet. We zijn
op weg naar Mars
2001: een nieuwe zomer, een nieuwe
hab
In april 2001 keerden
een aantal mensen van de bouwploeg terug naar Devon
Island. De hab bleek de strenge winter goed doorstaan te hebben. In de zomer
van 2001 begon het bouwwerk pas echt zijn diensten te bewijzen als
simulatie-basis. Zes crews, met afwisselend Lee en Zubrin als commandant,
brachten ieder een ruime week door in het station. De simulatie-regels werden
streng nageleefd: contact met Mission Control kreeg twintig minuten kunstmatige
vertraging en voor iedere "Mars-wandeling" werd niet alleen een Marspak
aangetrokken, er werd ook dertig minuten "voorgeademd" in het pak. Tijdens
de excursies werden de valleien in de omgeving verkend, waarbij onder andere
de samenwerking met onbemande rovers en het gebruik van seismische apparatuur
getest werd.
Intussen had de succesvolle voltooiing van de hab
op Devon Island het een stuk makkelijker gemaakt sponsors te vinden voor
een tweede hab, die in het voorjaar van 2001 gebouwd werd. Dat Desert Research
Station ziet er vrijwel hetzelfde uit als de eerste hab, maar is de helft
lichter en volledig demontabel. De komende jaren zal het station in het
zuidwesten van de Verenigde Staten gebruikt worden als aanvulling op de
faciliteiten in Noord-Canada. Tijdens de zomermaanden, als Devon Island
bewoonbaar is, zal het Desert Station tentoongesteld worden; in de zomer
van 2001 was de hab te bewonderen op Kennedy Space Center.
2002: Europa doet ook mee
Het Mars Desert Research Station werd in januari
2002 officieel in gebruik genomen in de woestijn van Utah, nabij het plaatsje
Hanksville. Inmiddels hebben ook enkele Europese Mars Society-afdelingen
de handen ineen geslagen: het European Mars Analogue Research Station
komt er aan. In juni werd de derde habitat voor het eerst aan het publiek
getoond bij het Adler Planetarium. Volgens de plannen zal het station precies
een jaar later officieel in gebruik worden genomen in de buurt van de
Krafla-vulkaan op IJsland. Een
scouting-missie naar IJsland was zeer
succesvol. Het Euro-M.A.R.S project heeft een eigen
website.
laatste wijziging: 5 augustus 2002