Klik! voor onze astronaut

Klik! voor onze astronaut
Voorpagina | OverMars | Voor onderweg | Artikelen | Actueel | e-Shop | OverOns | Links | Agenda Klik! voor onze astronaut
en de teller staat op: This counter provided for free from Admo.net!
bezoekers sinds november 1999!

Voorpagina > Over ons > Mars analog
Tijdens de oprichtingsconventie van de Mars Society, in 1998 in het Amerikaanse Boulder, werd besloten tot een stap-voor-stap stategie. Natuurlijk was het leuk geweest meteen een bemande expeditie naar Mars te organiseren, maar op dat moment was er nul gulden in kas. Klein beginnen was dus het idee, maar wel met een duidelijke eerste stap in de richting van het doel, een project dat de Mars Society aan de wereld zou presenteren als een degelijke organisatie en dat iedereen zou laten zien dat de mensen in staat zijn om naar Mars te reizen. Van NASA-medewerker Pascal Lee kwam het idee voor een Mars-analoge basis op Devon Island, gelegen op 75 graden noorderbreedte in het Canadese Noordpoolgebied. Lee had op dat moment al enkele zomers doorgebracht op het eiland, in het kader van NASA's Haughton Mars Project.

De Haughton krater lijkt sprekend op Mars: het is er koud en droog en er groeit vrijwel niets. De krater zelf is er een zoals er op Mars duizenden zijn, een herinnering aan een meteoorinslag van lang geleden. En hoewel niet zo geisoleerd als Mars zelf ligt Devon Island ver genoeg van de beschaving om ook op dat punt wat realisme aan de simulatie toe te voegen.

Als uitgangspunt voor het Mars Arctic Reseach Station, zoals het project al spoedig door het leven ging, werd gekeken naar de landingsmodule uit het Mars Direct-plan van Robert Zubrin: een tonijnblikje met twee verdiepingen en een doorsnede van negen meter. Kurt Micheels, architect uit de gelederen van de Mars Society, tekende voor de uitwerking. Het idee om het bouwwerk uit te voeren met nep-raketonderdelen, om het zoveel mogelijk op een echt ruimtevaartuig te laten lijken, werd om financiele redenen geschrapt. Verder werden zaken als een opblaasbare plantenkas, zonnepanelen en een garage doorgeschoven naar de toekomst, als er meer financiele middelen beschikbaar zullen zijn. Net als een toekomstige basis op Mars zal het Arctic Research Station langzaam uitgroeien tot een dorpje.

Alles bij elkaar liep de begroting toch nog op tot een miljoen dollar. Maar gelukkig kwamen er sponsors. Het softwarehuis Flashline verbond tegen betaling zijn naam aan het station, dat voortaan door het leven ging als Flashline Mars Arctic Research Station. Ook Discovery Channel stelde een flink bedrag beschikbaar, in ruil voor de exclusieve rechten op alle activiteiten in het station gedurende twee zomers.

In 1999 ondernamen Zubrin, Lee en Micheels een verkenningsmissie naar Devon Island om de beste plek uit te kiezen voor het station. Daarbij werd kwistig gestrooid met namen uit de Marsgeschiedenis. De hoogvlakte grenzend aan de krater kreeg de naam Von Braun Planitia, naar de man die in de jaren vijftig het eerste plan publiceerde voor een bemande Marsreis. Een droge rivierbedding werd Lowell Canal genoemd, naar de astronoom die het verhaal de wereld in hielp dat Mars overdekt was met een netwerk van kanalen. En professor Robert Haynes, de in 1999 overleden terraforming-specialist en mede-oprichter van de Mars Society, leende postuum zijn naam aan de Haynes Ridge, de uiteindelijke locatie van het station, gelegen tussen de Haughton-krater en de Von Braun Planitia.

Tijdens het eerste half jaar van 2000 werd de hab (afgeleid van habitat, woonplaats) gebouwd bij Mesa Fibreglass in Denver. Omdat het project voor de zomer af te krijgen, heeft een flink aantal vrijwilligers van de plaatselijke Mars Society-afdeling meegeholpen, evenals een aantal werknemers van Zubrin's eigen bedrijf, Pioneer Astronautics.

Nadat het bouwwerk in de hangar in Denver in elkaar gezet was, werd alles weer gedemonteerd en naar het hoge noorden gevlogen. Begin juli leverde een Hercules-vliegtuig van de Amerikaanse marine het hele pakket aan vijf parachutes af op Devon Island. De eerste vier ladingen kwamen veilig neer, maar door de sterke wind op vele honderden meters van Haynes Ridge. Het vijfde pakket kwam wel precies op de goede plek neer, doordat de parachute niet openging. In dat pakket zaten de vloeren van het station, een kraan en een kar voor het transporteren van de onderdelen; na het neerstorten kon alles bij het grof vuil.

Zoveel tegenslag was funest voor het moraal van de bouwploeg, die gedesillusioneerd het vliegtuig naar het zuiden nam met het plan het volgend jaar opnieuw te proberen.

Maar is niet juist het menselijk improvisatievermogen een reden waarom de Mars Society zich zo sterk maakt voor het sturen van astronauten naar Mars? Dit was een uitgelezen kans om dat concept in de praktijk te bewijzen!

Een nieuwe ploeg vrijwilligers werd in allerijl ingevlogen. Als vervanging van de vloerpanelen werd hout ingekocht in het (naar plaatselijke maatstaven) nabijgelegen Resolute Bay. Er werd een nieuwe bouwploeg geformeerd, een bont gezelschap: leden van de Mars Society, NASA-medewerkers, journalisten, en jongeren uit Resolute Bay.

Op het vliegveld van Resolute Bay werden wat oude onderdelen gevonden om een soort kar te bouwen. Hiermee werden de her en der verspreid liggende panelen naar de bouwlocatie op Haynes Ridge gebracht. Daarna sloeg het weer, dat tot dat moment ook al niet echt had bijgedragen aan de sfeer, ineens om; de wind ging liggen en gedurende een dag of tien was het zonnig, rustig weer.

Twee van de gebogen wandpanelen werden op de grond aan elkaar gemonteerd en vervolgens met voornamelijk menselijke kracht overeind gehesen en met kabels gefixeerd. Het begin was er en meteen was ook al bijna het hoogste punt bereikt! In de daaropvolgende dagen werden de overige wandpanelen toegevoegd. Daarna werd een deel van houten vloerconstructie aangebracht. De panelen van de dakkoepel werden door het cilindervormige bouwwerk heen naar boven gehesen. Zoals te verwachten was bleek alles net niet helemaal te passen, maar met wat wrikken lukte het om Flashline Station wind- en waterdicht te krijgen voor het weer verslechterde.

Op 28 juli werdt het station, met de Marsiaanse rood-groen-blauwe vlag fier wapperend in top, officieel in gebruik genomen met toespraken van Zubrin, Lee en Carol Stoker. Deze laatste, een van de intiatiefnemers voor de eerste Case for Mars-conferentie in 1981, nam ook de rol op zich van commandant tijdens de eerste driedaagse simulatie.

Tijdens deze eerste sessie werden onder andere met camera's de bewegingen en tijdsbestedingen van de bemanningsleden nauwkeurig bijgehouden. Een opzienbarende conclusie was dat van de zes bemanningsleden er drie schrikbarend veel tijd kwijt waren met het voorlichten van het thuisfront, een probleem waar zeker bij een echte Marsmissie rekening mee moet worden gehouden.

Alles op de simulatiebasis is zoveel mogelijk echt, alleen life support systems als zuurstofvoorziening zijn om budgetaire reden voorlopig achterwege gelaten. Er is wel een ruimte die als luchtsluis fungeert. Met het inbouwen van twintig minuten vertraging tijdens contacten met Mars Society Mission Control in Denver wordt het "tijdsverschil" tussen de twee planeten nagebootst. Tijdens excursies wordt om de vijf minuten contact onderhouden met de basis; tijdens die Extra Vehiculaire Activiteiten (EVA) wordt ook daadwerkelijk geologisch onderzoek gedaan in de Haughton krater.

Tijdens de korte simulatie van 2000 werd ook gebruik gemaakt van een Marspak geleverd door NASA-hofleverancier Hamilton Sundstrand. Aan een Marspak worden weer heel andere eisen gesteld dan aan pakken voor op de Maan en in het luchtledige van de ruimte: op Mars is alles meer dan twee keer zo zwaar als op de Maan (maar nog wel een stuk lichter dan op Aarde).

Hoewel F.M.A.R.S. pas in de zomer van 2001 goed tot zijn recht zal komen als simulatiebasis, heeft het project een ander doel al bereikt: publiciteit. Tijdens de bouwperiode waren er enkele tientallen journalisten aanwezig; een cameraman van Discovery Channel maakte deel uit van de eerste bemanning.

Het is de bedoeling dat dit succes in de komende jaren verder uitgebouwd wordt. Niet alleen moet het mogelijk zijn het seizoen in het Canadese poolgebied uit te breiden van twee tot vier of misschien wel vijf maanden, ook zullen er soortgelijke projecten worden opgestart op een aantal andere plaatsen: de woestijn van Nevada, Australie en ergens in Europa (de Duitse afdeling heeft al plannen voor een MARS2 basis op IJsland).

Op de analoge bases zal ook een aantal rover-ontwerpen kunnen worden getest. Het engelse woord rover kan betrekking hebben op voertuigen in alle soorten en maten. Sojourner, het "karretje" van de Pathfinder, even groot als een magnetron, is bijvoorbeeld een rover, maar ook een wagen waarin vier astronauten een week lang in hemdsmouwen kunnen leven en werken, valt onder het begrip.

Bij serieuze Marsmissies is een rover van het laatste type, een zogeheten pressurized rover onmisbaar. De astronauten van een van de laatste Apollo-vluchten hadden de beschikking over een unpressurized rover, maar dat was meer een soort luxe-artikel; de bemanning mocht nooit verder dan loopafstand van hun lander vandaan, want bij motorpech moest het mogelijk zijn terug te wandelen. Als een team Marsvaarders anderhalf jaar lang op de planeet verblijft is dat natuurlijk geen basis om te werken. Het moet mogelijk zijn afstanden van een paar honderd kilometer af te leggen.

Hoewel het nut van zo'n pressurized rover door weinigen betwijfeld wordt, is er in de praktijk nog weinig gedaan aan de ontwikkeling ervan. In het voorjaar van 2000 startte de Mars Society daarom zelf een rover-project. In het kader daarvan konden plaatselijke afdelingen, of andere geinteresseerde groepen, een eigen ontwerp maken. Tijdens een workshop op de conventie in augustus 2000 in Toronto zijn de ontwerpen gepresenteerd. Later in het jaar zal een van de ontwerpen uitgekozen worden voor verdere uitwerking; verschillende teams hebben al te kennen gegeven dat ze, als ze niet in de prijzen vallen, desnoodszelf sponsors zullen zoeken.

Begin augustus werd de hab op Devon Island winterklaar gemaakt. De eerste schooldag is voorbij; de eerste stap is gezet. We zijn op weg naar Mars…

2001: een nieuwe zomer, een nieuwe hab

In april 2001 keerden een aantal mensen van de bouwploeg  terug naar Devon Island. De hab bleek de strenge winter goed doorstaan te hebben. In de zomer van 2001 begon het bouwwerk pas echt zijn diensten te bewijzen als simulatie-basis. Zes crews, met afwisselend Lee en Zubrin als commandant, brachten ieder een ruime week door in het station. De simulatie-regels werden streng nageleefd: contact met Mission Control kreeg twintig minuten kunstmatige vertraging en voor iedere "Mars-wandeling" werd niet alleen een Marspak aangetrokken, er werd ook dertig minuten "voorgeademd" in het pak. Tijdens de excursies werden de valleien in de omgeving verkend, waarbij onder andere de samenwerking met onbemande rovers en het gebruik van seismische apparatuur getest werd.

Intussen had de succesvolle voltooiing van de hab op Devon Island het een stuk makkelijker gemaakt sponsors te vinden voor een tweede hab, die in het voorjaar van 2001 gebouwd werd. Dat Desert Research Station ziet er vrijwel hetzelfde uit als de eerste hab, maar is de helft lichter en volledig demontabel. De komende jaren zal het station in het zuidwesten van de Verenigde Staten gebruikt worden als aanvulling op de faciliteiten in Noord-Canada. Tijdens de zomermaanden, als Devon Island bewoonbaar is, zal het Desert Station tentoongesteld worden; in de zomer van 2001 was de hab te bewonderen op Kennedy Space Center.

2002: Europa doet ook mee

Het Mars Desert Research Station werd in januari 2002 officieel in gebruik genomen in de woestijn van Utah, nabij het plaatsje Hanksville. Inmiddels hebben ook enkele Europese Mars Society-afdelingen de handen ineen geslagen: het European Mars Analogue Research Station komt er aan. In juni werd de derde habitat voor het eerst aan het publiek getoond bij het Adler Planetarium. Volgens de plannen zal het station precies een jaar later officieel in gebruik worden genomen in de buurt van de Krafla-vulkaan op IJsland. Een scouting-missie naar IJsland was zeer succesvol. Het Euro-M.A.R.S project heeft een eigen website. 

laatste wijziging: 5 augustus 2002
Interessante links.
Devon Island in Noord-Canada
Interessante links.

Devon Island: alleen de lucht is op Mars minder blauw...


Tentstad in de Haughton Krater.


Een geslaagde paradrop.


Slepen met de panelen.


Het eerste paneel wordt overeind gezet.


Het eerste paneel staat overeind.


Het begint ergens op te lijken...


Uitzicht op een Marslandschap.


Een deel van de bouwploeg.


Het plaatsen van de koepelpanelen.


De hab is af!


Toespraak van Zubrin

Het pak wordt getest.


Met een suit op de rover.


Werk en ontspanning in de hab.


De werkplek bij het raam.


De eerste bemanning.


Het plannen van EVA (Extra Vehicular Activity)

Interessante links.
Interactieve website

de bovenste verdieping

de onderste verdieping
Studenten van de Universiteit van Boulder, Colorado werkten samen met Kurt Micheels aan het ontwerp voor de basis op Devon Island en maakten een fraaie interactieve website