Klik! voor onze astronaut

Klik! voor onze astronaut
Voorpagina | OverMars | Voor onderweg | Artikelen | Actueel | e-Shop | OverOns | Links | Agenda Klik! voor onze astronaut
en de teller staat op: This counter provided for free from Admo.net!
bezoekers sinds november 1999!

Voorpagina > Artikelen > Home is where the hab is

Home is where the hab is
Dagboek van een Marsonaut

Deel 3 – Niemandsland

15 september 2014

Ik stond net te douchen toen het alarm ging. We douchen eens in de drie dagen; in een ruimteschip moet je zuinig zijn met water. En eigenlijk kun je het nauwelijks douchen noemen, onze “navy showers”: drie seconden onder de sproeier om nat te worden, vervolgens goed inzepen en tenslotte drie seconden afspoelen.

Ik was net halverwege dat ritueel toen de sirene loeide: stralingsalarm! Volgens de veiligheidsregels moeten we ons in zo’n geval binnen dertig seconden melden bij de captain. Bij mij duurde het iets langer voor ik, haastig schoongespoeld, afgedroogd en aangekleed, onze schuilkelder betrad. Maar dat werd me vergeven door Emilia.

Er zijn eigenlijk twee soorten straling die ons hier in de ruimte bedreigen. De kosmische achtergrondstraling is er altijd en er is weinig tegen te doen. Maar gelukkig ga je er niet dood van, niet direct tenminste. Als je te lang in de ruimte zit wordt het link. Maar voor ons is het risico vergelijkbaar met twee, drie jaar stevig roken. Olga is gestopt met roken om kosmonaut te worden, dus voor haar maakt het eigenlijk niets uit.


Kosmische straling, overal en altijd...

Er is ook nog een ander gevaar. Af en toe spookt het op de zon. Dan worden er deeltjes de ruimte in geslingerd die op Aarde het Noorderlicht veroorzaken. Maar wij zouden zonder bescherming binnen een paar minuten geroosterd zijn. Het goede nieuws is dat een laagje water van een centimeter of twintig die straling tegenhoudt. Het water dat we aan boord hebben zit daarom niet in mooie ronde tanks, maar in de wanden, de vloer en het plafond van de cockpit.

‘Gelukkig heeft de schuilkelder een toilet.‘

Een uitbarsting op de zon kan een paar uur duren maar ook een paar dagen. Laat deze eerste storm die een bemande Marsvlucht treft ook meteen vier dagen aanhouden…Gelukkig bevindt het toilet zich binnen de beschermende wanden van de cockpit, anders was de ellende niet te overzien geweest. En er is eten in onze schuilplaats om het desnoods een week vol te houden. Maar leuk is anders, met zijn zessen op zes vierkante meter. Na twee dagen zijn alle moppen wel verteld.


De zon heeft een uitbarsting!

Om ons op te vrolijken stuurde Noordwijk een rechtstreeks verslag van Nederland- Duitsland, de eerste kwalificatiewedstrijd in de aanloop naar het WK in Senegal. Dat brak de tijd wel een beetje. Maar Klaus keek niet echt blij toen bondscoach Seedorf op de schouders ging na de 3-0 overwinning van Oranje op de Mannschaft.

Na vier dagen werd het sein veilig gegeven en hernamen wij onze dagelijkse routine. De reis naar Mars is lang maar we krijgen de kans niet ons te vervelen. Alleen al het te woord staan van de media kost ons al een paar uur per dag. Een echt direct gesprek is intussen al niet meer mogelijk; we zijn al zover van de Aarde dat het meer dan tien minuten duurt voor het antwoord op een vraag de Aarde bereikt. We krijgen daarom meestal een batterij vragen ineens waarop we achter elkaar antwoord geven, op Aarde knippen ze dat dan wel weer in de goede volgorde.

Verder zijn we ook iedere dag wel een paar uur aan het studeren. Dat gaat hier aan boord gewoon door, hoe vreemd dat ook klinkt. Er zijn de afgelopen jaren zoveel gegevens verzameld door Beagle 3, ExoMars, Phoenix en andere robots dat zelfs ik dat nog niet allemaal in mijn kop heb.

We proberen ook elke dag een of twee uur te fitnessen. Want anders heb je in een kleine habitat als deze al snel de conditie van een zak aardappels. En dat moeten we straks op Mars, als het echte werk begint, niet hebben. Af en toe de trap op en neer zet echt geen zoden aan de dijk, zeker niet bij Mars-zwaartekracht. Bovendien is het best lekker, een stuk virtueel roeien of fietsen.

Huishoudelijk werk kost ook veel tijd. Een ruimteschip is een klein en kwetsbaar ecosysteem, als je dat niet goed verzorgt en schoonhoudt kunnen er dingen flink misgaan. Voor je weet is het schip overgenomen door een kolonie gemuteerde fungussen.

Aimee en Klaus hebben het druk met de plantjes. In alle mogelijke hoeken van het schip zijn groenten en kruiden gezaaid. Vooral de tomaten en de basilicum doen het goed. En dit is nog maar een voorproefje; op Mars hebben we straks een echte broeikas naast de hab staan.

Soms voel ik me net een deelnemer aan een zeiltocht rond de wereld. Onze habitat is niet groot maar heeft daardoor wel een beetje de knusheid van een zeiljacht. Drie keer per dag zitten we in de kajuit aan de scheepstafel want de maaltijden gebruiken we samen. En op die momenten moet ik juist weer een beetje denken aan de studentenhuizen en woongroepen waarin ik gewoond heb.


Klein, maar met een schitterend uitzicht...

Maar zelfs mijn eerste kamertje aan de Kanaalstraat was een zaal vergeleken bij de gemeubileerde gangkast die ik hier aan boord van de Copernicus bewoon. Twee meter op het breedste punt, bij het bed en zestig centimeter bij de deur, twee meter verder. Boven mijn bed begint vrij snel de kromming van de koepel. Staan kan ik alleen aan de andere zijde van mijn cabine, bij de deur. Behalve van een bed is mijn kamer ook nog voorzien van een uitklapbaar tafeltje en wat bergruimte.

‘Ik slaap tussen de twee van de mooiste vrouwen in.‘

Mijn hok ligt tussen dat van Aimee en Olga in. Ik slaap tussen de twee van de mooiste vrouwen in dit deel van het zonnestelsel. Maar ik hoor vrijwel niets van ze als ik de deur van mijn kamertje dichtdoe. Dat ligt niet alleen aan de geluidsisolatie in de tussenwandjes. Aan boord van een ruimteschip staan zoveel apparaten lawaai te maken dat de dames hun muziek vrij hard zouden moeten zetten wil ik het er boven uit horen.

Buiten draaien de zon en de sterren nog steeds om ons heen. Maar de Aarde is verschrompeld tot een piepklein blauwachtig bolletje. En Mars is nog ver weg. We bewegen ons door een eenzaam niemandsland.

< Deel 2 – Middelpunt van het heelal Deel 4 – Vertraagd door de wind >

laatste wijziging: 7 augustus 2005
De bemanning:
Emilia Messerotti
  Milaan 1964
  commandant / piloot
Sean McClendon
  Glasgow 1965
  piloot / boordwerktuigkundige
Olga Wisniewski
  Nowosibirsk 1975
  boordwerktuigkundige / bioloog
Klaus Knuth
  Bremen 1977
  bioloog / arts
Aimee Marcuse
  Geneve 1980
  arts / geoloog
Floris Nooitgedagt
  Rotterdam 1981
  geoloog / scheepsjournalist
 
Nog geen donateur?!
Word nu donateur!