Klik! voor onze astronaut

Klik! voor onze astronaut
Voorpagina | OverMars | Voor onderweg | Artikelen | Actueel | e-Shop | OverOns | Links | Agenda Klik! voor onze astronaut
en de teller staat op: This counter provided for free from Admo.net!
bezoekers sinds november 1999!

Voorpagina > Artikelen > Verklaring van de Mars Society over het ruimte-initiatief van president Bush
Verklaring van de Mars Society over het ruimte-initiatief van president Bush

Op 23 januari 2004 werd de volgende verklaring over het nieuwe ruimtevaartbeleid van president George W. Bush aangenomen door de stuurgroep van de Mars Society, met 19 stemmen voor, 3 onthoudingen, niemand tegen en vijf niet uitgebrachte stemmen.

De toespraak van Bush opent deuren. Het is aan ons de toekomst te bepalen.

Verklaring van de stuurgroep van de Mars Society, 23 januari 2004

Op 14 januari hield President George Bush een toespraak op het hoofdkwartier van de NASA waarin hij een nieuwe strategisch visie ontvouwde voor de Amerikaanse ruimtevaart. Hoewel een aantal van de nieuwe ideeen voor de uitvoering van dit nieuwe ruimtevaartbeleid aanzienlijk verbeterd kunnen en moeten worden, betekent het beleid als geheel een belangrijke stap in de goede richting voor het Amerikaanse ruimtevaartprogramma die veel eerder genomen had moeten worden. De stuurgroep van de Mars Society verwelkomt daarom het nieuwe beleid zoals gepresenteerd in de Presidentiele Richtlijn getiteld "A Renewed Spirit of Discovery", en dringt er bij het Congress ernstig op aan te zorgen voor de fondsen die noodzakelijk zijn voor de eerste stappen van het programma in het komende fiscale jaar.

Onze analyse betreffende de belangrijke pluspunten en de gewenste gebieden voor verbetering van het nieuwe beleid volgt hieronder.

Analyse

Zoals gezegd, het nieuwe ruimtevaartbeleid van Bush biedt zowel kansen als valkuilen voor de voorstanders van bemand onderzoek en van menselijke expansie in de ruimte in het algemeen en op Mars in het bijzonder. Hoewel het niet echt het begin betekent van een echt Maan/Mars-programma, omdat bijna alle noemenswaardige technische uitgaven anders dan aan de bemanningscapsule vooruitgeschoven worden naar regeringen die in 2009 of later aan de macht komen, maakt het nieuwe beleid in ieder geval de weg vrij voor de start van zo'n programma, mocht de regering in 2009 daartoe geneigd zijn. Het maakt ook een zekere hoeveelheid energie vrij die, mits nuttig besteed in de periode 2004-2008, gebruikt kan worden om de komst te verzekeren van een krachtig bemand onderzoeks-initiatief tijdens de regeerperiode die begint in 2009.

In zijn toespraak stelde Bush als nieuw doel van het Amerikaanse ruimtevaartprogramma "het tot stand brengen van menselijke aanwezigheid in het gehele zonnestelsel". Die verklaring lijkt misschien niet meer dan een rhetorische versiering maar is eigenlijk van groot concreet belang voor het programma, want het wettigt NASA-uitgaven aan technologische ontwikkelingen nodig voor menselijk onderzoek op de maan en op Mars. Dat soort uitgaven waren verboden tijdens de voorgaande stand van zaken en de afgelopen tien jaar moesten onderzoekers, op zoek naar financiering, belangrijke op de Maan en Mars gerichte technische studies rechtvaardigen door het belang ervan te benadrukken voor andere officiele programma's, zoals de robotische onderzoeksprogramma's van JPL (Jet Propulsion Laboratory) of het Internationale Ruimtestation (ISS). Hierdoor was het onmogelijk voldoende fondsen te verwerven voor een groot aantal technieken, zoals het gebruik van plaatselijke grondstoffen op andere planeten (in-situ resource utilization ofISRU). Het heeft ook geleid tot rampen als met het veelbelovende Transhab-project van opblaasbare woonmodules op Johnson Space Center, dat stopgezet werd toen het Congress erachter kwam dat interplanetair onderzoekswerk werd gedaan onder de vlag van het Internationaal Ruimtestation. Om deze reden dat de Mars Society sinds de oprichtingsconventie in 1998 campagne heeft gevoerd voor de opzet van een NASA-afdeling speciaal voor de ontwikkeling van technieken voor bemand ruimteonderzoek, zodat zulke activiteiten in alle openheid kunnen plaatsvinden. Door het initiatief van Bush is dat doel volledig bereikt, met een gezond financieel uitgangspunt. Alleen al om deze reden moet de stap van Bush gezien worden als een erg positieve ontwikkeling.

Het nieuwe beleid zal ook een programma-bureau in het leven roepen op het NASA-hoofdkwartier, genaamd Code T, dat NASA's inspanningen om efficiente plannen te maken voor bemand interplanetair onderzoek belangrijk zal vergroten. Ook dat is een welkome ontwikkeling.

Daarnaast verschaft het beleid van Bush ook een basis om onderzoeksmogelijkheden voor bemand onderzoek op te nemen in het ontwerp van interplanetaire robotmissies. Aan het eind van de jaren negentig probeerden vertegenwoordigers van het onderzoeksbureau voor bemande ruimtevaart van Johnson Space Center (JSC) gebruik te maken van de mogelijkheid "mee te liften" met de Mars landers van JPL. Maar omdat de onderzoekers van JSC geen mandaat en geen geld hadden, beschikten ze noch over de invloed noch over de fondsen om hun verzoeken kracht bij te zetten en werden ze dienovereenkomstig behandeld. Onder het nieuwe ruimtevaartbeleid moeten zowel een mandaat als fondsen beschikbaar zijn om onderzoek met betrekking tot bemande ruimtevaart aan boord van robot-ruimtevaartuigen naar de Maan en de planeten te plaatsen. Hierdoor zouden zulke experimenten als betalende "passagiers" mee kunnen vliegen met wetenschappelijke ruimtesondes van JPL. Of andersom kunnen wetenschappelijke experimenten mee kunnen reizen aan boord van ruimtesondes met als hoofddoel het verzamelen van gegevens voor bemand onderzoek

Het beleid van Bush legt ook vast waar het benodigde geld een echt bemand onderzoeks-initiatief vandaan moet komen, namelijk uit de herverdeling van bestaande budgetten van de Space shuttle en het ISS. Op dit moment bedraagt het budget voor de Shuttle ongeveer vier miljard dollar per jaar terwijl het ruimtestation ongeveer een a twee miljard per jaar kost. Dit totaal van vijf tot zes miljard dollar per jaar is meer dan voldoende om mensen naar zowel de Maan als Mars te krijgen binnen tien jaar na de eigenlijke aanvang van het programma. Het initiatief kan dus uitgevoerd worden binnen het bestaande NASA-budget van ongeveer 16 miljard per jaar in dollars van 2004, een budget dat tijdens de afgelopen vier regeerperiodes gesteund werd door presidenten en door meerderheden bij beide politieke partijen in het Congress. De financiele basis voor het programma is dus helder en zeker niet onrealistisch

In zijn toespraak nodigde de president andere landen uit samen te werken met de Verenigde Staten aan de uitvoering van het programma. Wij verwelkomen die oproep, omdat we het er volledig mee eens zijn dat het onderzoek en de kolonisatie van het zonnestelsel een groots doel is dat kan helpen om de mensheid samen kan brengen. Dat doel is het waard---en heeft daar ook behoefte aan--- dat alle volkeren van de Aarde er hun beste talenten aan besteden.

Om diverse politieke en diplomatieke redenen stelt het beleid van Bush het einde van de Shuttle en het ISS uit tot 2010, waardoor het begin van een substantieel bemand onderzoeksprogramma tot ongeveer die tijd wordt opgeschoven. Op die manier wordt de keus om al dan niet een bemand Maan/Mars-project op te zetten, en de beslissing over het tempo en de doeleinden van zo'n programma, in feite in handen gelegd van de regering die aantreedt in 2009.

De wijsheid van die beslissing is betwistbaar. Een belangrijk aspect is echter dat de regering van 2009 tenminste een keus zal hebben. Door duidelijk te maken dat het hoofddoel van het bemande ruimtevaart-programma is DE RUIMTE TE DOORKRUISEN (de visie uit het Apollo-tijdperk) in plaats van IN DE RUIMTE TE ZIJN(de visie van het Shuttle-tijdperk) voorkomt het beleid van Bush op een doeltreffende manier dat NASA zich vastlegt op een nieuwe generatie ruimteveren (Shuttle 2) als volgende belangrijke programma. Dit onder de voorwaarde dat het beleid wordt voortgezet door hetzij Bush' herverkiezing, hetzij de instemming ermee door een andere regering in 2005.

Nog maar een paar maanden geleden voorzag een belangrijk deel van de politieke kringen in het congress en bij de NASA dat zo'n Shuttle 2-programma het volgende belangrijke project van de organisatie zou moeten zijn na het Internationaal Ruimtestation. Als dat gebeurd was had de toekomst er als volgt uitgezien: het huidige decennium zou heengaan met het weer in de lucht brengen van de Shuttle en het afbouwen van het ISS. Het volgende decennium zou besteed worden aan het rekken van de levensduur van de Shuttle en de ontwikkeling van Shuttle 2. De jaren twintig zouden dan een herhaling vormen van de jaren tachtig van de vorige eeuw, in het teken staand van pogingen Shuttle 2 operationeel te krijgen. Dit zou leiden tot een besluit in 2030 tot een volgend groot project, waarschijnlijk ISS-2. Gelukkig is dit scenario van eeuwigdurende stagnatie nu verhinderd.

Het besluit de verantwoordelijkheid voor het ten uitvoer brengen van het programma en dus ook van de controle erover, aan de regering van 2009 te geven belooft de komende vijf jaar tot een bijzonder interessante tijd voor ruimtevaart-pressiegroepen te maken. In zijn toespraak definieerde Bush menselijke expansie over het zonnestelsel als het doel van NASA. Hij noemde het idee van een maanbasis, in gebruik te nemen in 2020, als de strategie om dit doel te bereiken. Dat is een plan, maar in de komende vijf jaar zullen andere plannen om met maximale snelheid, betrouwbaarheid en met minimale kosten het gewenste hoofddoel te bereiken, onder de aandacht van de politiek gebracht worden. Het grote debat over onze strategie om de Maan en de planeten te bereiken is dus niet afgesloten door de toespraak van Bush, maar juist geopend.

De overwinning in deze gezonde strijd van ideeen zal zijn weggelegd voor diegenen die niet alleen de hoofdrolspelers van vandaag maar ook die van 2009 en later kunnen overtuigen van de waarde van hun concepten. De Mars Society verwelkomt die uitdaging en zal actief gaan deelnemen aan deze discussie om haar technische expertise bij te dragen en om de politieke klasse en de technische gemeenschap, de pers en het publiek het begrip bij te brengen dat binnen de context van de nieuwe ruimtepolitiek bemand Mars-onderzoek op korte termijn mogelijk, betaalbaar en de moeite van de inspanningen en de gevaren werkelijk waard is.

Bij de overgang van het ene soort ruimtevaart-programma naar het andere moet alles eraan gedaan worden om "collateral damage" (bijkomende schade) aan waardevolle onderdelen van het oude programma te voorkomen. De beslissing van NASA, om de geplande Shuttle-vlucht om de Hubble Space Telescope (HST) te repareren, te verbeteren en in een nieuwe baan te brengen, niet door te laten gaan is een voorbeeld van het soort fouten dat vermeden moet worden. The Cosmic Origins

Spectrograph and Widefield Camera 3, ontworpen om het maximale uit de HST te halen zijn al gebouwd en getest en beloven een enorme wetenschappelijke opbrengst bij plaatsing in een baan om de Aarde. Als de plannen van Bush een onmiddelijke beeindiging van de Shuttle-vluchten zouden inhouden om de 24 miljard nodig voor de voortzetting ervan meteen te besteden aan een degelijk gefinancierd Maan/Mars-orgramma, zou het besluit te verdedigen zijn. Maar met het besluit de Shuttle opnieuw te laten vliegen, levert het afzien van het verbeteren van de Hubble slechts een besparing van 200 miljoen dollar op, oftewel 1% van het budget van de Shuttle terwijl 90% van het wetenschappelijk nut van de Shuttle verloren gaat. Dat is bijzonder dwaas.

Argumenten betreffende veiligheid gaan hier ook niet op; als de Shuttle veilig genoeg is om naar het ISS te vliegen is zij ook veilig genoeg om de Hubble-missie uit te voeren. Het is waar dat bij vluchten naar de Hubble geen gebruik kan worden gemaakt van het ISS als toevluchtsoord bij noodgevallen. Maar de geringe baanhoek van de Hubble maakt noodlandingen in warme tropische wateren mogelijk, waar de overlevingskansen van de bemanning veel groter zijn dan in de ijskoude Noord-Atlantische noodlandingsplaatsen waarin bij vluchten naar het ISS voorzien wordt. Bovendien is het moeilijk te begrijpen hoe een organisatie die te huivering is om een Shuttle-vlucht naar de Hubble te ondernemen in alle ernst een reis naar de Maan of Mars kan overwegen.

Het afgelasten van de Hubble-missie kan daarom alleen omschreven worden als een ernstige fout, duidelijk gemaakt in het verlangen doortastend over te komen bij het doorbreken van het oude model ten gunste van het nieuwe. Naast de schade die wordt toegebracht aan de astronomie, is het een slechte zaak voor het pasgeboren nieuwe ruimtevaartbeleid om zijn bestaan te beginnen met zo'n onaangename actie. Onder geen beding mag ook de beweerde spoedige ingebruikname van de James Webb Space Telescope geaccepteerd worden als reden voor het in de steek laten van de Hubble. Dat zou een herhaling betekenen van de fout die NASA maakte door het afdanken van de Saturnus V-raket ten gunste van de superieur geachte Shuttle, of van Skylab ten gunste van het ISS - fouten die het ruimteprogramma decennia aan tijd en tientallen miljarden dollars aan geld kostten. Als de leiding van NASA niet bij zinnen komt over dit onderwerp moet het Congress krachtig actie ondernemen om deze bijzonder slechte beslissing terug te draaien.

Technische kwesties

De juiste manier om een programma met als doelstellingen zowel een permanente maanbasis als bemand Marsonderzoek uit te voeren is een geheel van transporttechnieken te ontwikkelen waarmee bemande Marsreizen kunnen ondernomen worden en waarvan een afgeleide versie gebruikt kan worden voor activiteiten op de Maan. Door het probleem op die manier te benaderen kan een heleboel tijd en geld bespaard worden, omdat er maar een enkele set hardware ontwikkeld hoeft te worden in plaats van twee. Ook de waarde van de Maan als proeftuin voor Marsmissies wordt maximaal benut, want bij deze benadering worden vluchten naar de Maan ondernomen met Mars-apparatuur zodat die daar meteen uitgeprobeerd kan worden. Als deze werkwijze omarmd wordt kan een programma dat begint in 2009 gemakkelijk resulteren in een bemande Maanlanding in 2015 en kan de eerste bemande Mars-expeditie in 2018 gelanceerd worden. Het opbouwen van een permanente maanbasis en het voortzetten van missies naar Mars kan dan tegelijkertijd plaatsvinden. Omdat het slechts eens in de twee jaar mogelijk is naar Mars te gaan zal door het gelijktijdig ondernemen van twee projecten simpelweg het aantal lanceringen naar de Maan tijdens Mars-lanceerjaren wat lager liggen. Gelijktijdige programma's zouden ook lagere lanceerkosten als voordeel hebben door intensiever gebruikt van de productiefaciliteiten, omdat de kosten daarvan bij de bouw van raketten slechts marginaal toenemen bij een hogere productie. Om een mondaine vergelijking te maken: het kost weinig extra werk om twee biefstukken te maken in plaats van een, als je ze tenminste tegelijkertijd bakt. Bij de bouw van raketten gaat die vergelijking des te meer op, omdat de kosten van arbeid die van materiaal verre overtreffen.

Binnen de context van zo'n goed voorbereid Maan/Mars-programma zijn er een aantal essentiele technologieen. We bespreken hier slechts twee van de meest kritische, namelijk zeer krachtige raketten en plaatselijke grondstofwinning….

Zeer krachtige raketten.

Het belangrijkste instrument om maanbases en Marsmissies mogelijk te maken is een zeer krachtig lanceervoertuig met een op waterstof en zuurstof draaiende bovenste trap die in staat is vracht in de orde van grootte van vijftig ton in een baan naar de Maan of naar Mars te brengen. Dit is waartoe in de jaren zestig de Saturnus V in staat was. Als zo'n voertuig beschikbaar is kunnen retourtjes naar de Maan of enkele reizen van verblijfsmodules of andere zware ladingen met een enkele lancering uitgevoerd worden. Ook bemande Marsmissies kunnen uitgevoerd worden door meerdere onafhankelijke lanceringen van zo'n raket richting Mars, zonder assemblage in de ruimte, zoals het Mars Direct-plan (Zubrin and Baker, 1990), het Stanford Mission-plan (Lusignian, et al 1992), en het JSC Design Reference Mission 3 (Weaver et al, 1994) laten zien.

Zulke lanceersystemen in de Saturnus V-klasse kunnen op dit moment verkregen worden door in de Shuttle-lanceerinstallatie de eigenlijke Shuttle te vervangen door een zuurstof/waterstof-bovenste trap of door de bouw van nieuwe raketsystemen gebaseerd op vloeibare brandstof.

De Mars Society kreeg recentelijk plannen onder ogen van een groot lucht- en ruimtevaartbedrijf dat zijn bestaande serie middenklasse raketten wilde laten uitgroeien tot een familie van modulaire zware raketten met een capaciteiten van een kwart, de helft of de volledige Saturnus V-capaciteit. Gebaseerd op de ervaring van het bedrijf met succesvolle ontwikkeling van raketsystemen, zou het hele programma tot stand gebracht kunnen worden binnen vijf jaar met ongeveer vier miljard aan ontwikkelingskosten. De repeterende lanceerkosten voor dit Saturnus V-klasse systeemontwerp zouden 300 miljoen dollar per lancering bedragen wat neerkomt op minder dan 2200 dollar om een kilo vracht in een baan om de Aarde te brengen. De technieken om zulke raketfamilies te bouwen zijn bekend bij ervaren ruimtevaart-technici en we twijfelen er niet aan dat de concurenten van dit bedrijf plannen hebben voor vergelijkbare hardware-sets met vergelijkbare ontwikkelingskosten en tijdschema's.

De bewering van sommige schertsgeleerden die tegen ieder bemand ruimtevaart initiatief zijn dat het ontwikkelen van een nieuwe zeer krachtige raket tientallen miljarden zal kosten is dus duidelijk niet op feiten gebaseerd. Ook buiten het bemande onderzoeksprogramma zouden dergelijke raketten overigens tal van toepassingen vinden.

Plaatselijke grondstofwinning

Zowel maanbases als Mars-expedities zouden enorm voordeel hebben van technieken die gebruik maken van plaatselijke grondstoffen (in-situ resource utilization of ISRU) voor de productie van brandstof voor de terugreis, voedsel en zuurstof voor astronauten of brandstof en zuurstof voor uitgebreide missies op het oppervlak van een planeet. In een groot aantal studies is aangetoond dat het gebruik van ISRU een bezuiniging oplevert op het totale gewicht van een missie. Die besparing is ook aanmerkelijk groter dan bereikt kan worden met geavanceerdere voorstuwingssystemen met veel hogere ontwikkelings- en verbruikskosten.

Om effectief gebruik te kunnen maken van plaatselijke grondstoffen zijn zowel chemische processystemen nodig als betrouwbare energiebronnen. Voor dat laatste zijn in de ruimte gebruikte nucleaire systemen het meest veelbelovend. Wij geven NASA dan ook een compliment vanwege het opzetten van Prometheus-project om dat soort nucleaire systemen te ontwikkelen. We signaleren echter wel dat NASA voor haar nucleaire energiesystemen alleen toepassing overweegt als krachtbron in ruimteschepen en voor nucleaire electrische voortstuwing (NEP) Zonder het grote belang van zo'n voortstuwingssysteem te ontkennen voor robotmissies naar de buitenste regionen van het zonnestelsel en andere langdurige missies met grote snelheidsveranderingen, constateren we dat voor de voortstuwing van bemande missies NEP-eenheden nodig zijn in de orde van grootte van 10.000 kilowatt. Voor het produceren van brandstof op een ander hemellichaam is het gewenste vermogen daarentegen slechts 100 kilowatt. Dat heeft er mee te maken dat een veel kleinere reactor die brandstof maakt op een planeetoppervlak gedurende lange tijd voorafgaand aan de vlucht energie kan opwekken en opslaan als chemische brandstof om die energie dan weer vrij te maken zo snel als nodig is bij de vlucht. De gewichtsbesparingen die met zulke chemische brandstofsystemen, in combinatie met ISRU, bereikt kunnen worden zijn groter dan met nucleaire electrische voortstuwing het geval is, terwijl de reistijden in de binnenste regionen van het zonnestelsel korter zijn (bij toepassingen op het traject naar de Maan scheelt dat zelfs een factor honderd) Bovendien kunnen chemische systemen in combinatie met ISRU niet alleen gebruik worden om van een baan om de ene planeet naar een baan om de andere te komen, maar ook om van een planeet op te stijgen.

Hoewel kernenergie in de ruimte dus plaatselijke grondstofwinning mogelijk maakt is het die grondstofwinning zelf die de enorme kostenbesparing oplevert en die het nut van kernenergie bij bemande ruimtevaart vergroot. De twee technieken zouden dus naast elkaar ontwikkeld moeten worden en een gepast deel van het Prometheus-budget zou moeten worden aangewend om ISRU-toepassingen van kernenergie vluchtklaar te maken en om robotmissies te ondernemen om die technologie uit te proberen op de Maan en op Mars.

Verder zou aan het Prometheus-programma de eis toegevoegd moeten worden dat de ontwikkelde energiesystemen op de Maan en op Mars toegepast moeten kunnen worden, omdat het gebruik ervan om brandstof en voedsel te produceren verreweg de meest voordelige toepassingswijze is om op de korte termijn bemande ruimtevaart mogelijk te maken en omdat de energie in ieder geval nodig is om het werk op de basis mogelijk te maken.

Zowel ISRU-technologie als de ontwikkeling van zware raketten zouden dus de komnde tijd hoogste prioriteit moeten hebben voor het Code T-programma.

Verder moeten er ook andere systemen ontwikkeld worden met eenzelfde zorg voor maximale wederzijdse toepassingen van hardware en technologie bij zowel Maan- als Marsmissies.

Politieke consequenties.

De reeks gebeurtenissen die door het nieuwe ruimtevaartbeleid in gang zijn gezet zullen rond 2009 een beslismoment veroorzaken met drie alternatieven voor toekomstige actie:

a) De regering van 2009 zou kunnen besluiten het hele Maan/Mars-programma te schrappen en het Crew Exploration Verhicle (CEW) simpelweg te gebruiken in combinatie met taditionele raketten als een manier om het ISS te kunnen blijven bezoeken. Dit zou leiden tot een Mir-achtige voortzetting van het ISS-programma, waarschijnlijk goedkoper uitgevoerd dan met Shuttle-lanceringen maar zonder waarneembaar doel. Stagnatie in de ruimte zou het gevolg zijn voor zolang als de invloed van zo'n beslissing reikt. De ontwikkeling van zeer krachtige raketten, ISRU en andere noodzakelijke programma's voor bemande ruimtevaart zou waarschijnlijk tot stilstand komen.

b)De regering van 2009 zou kunnen beslissen door te gaan met het idee van een maanbasis in 2020 zonder zich druk te maken over een Marsmissie behalve door te beweren dat ervaring op de Maan zonder twijfel later, wanneer anderen erover denken naar Mars te gaan, nuttig zal zijn. Dit zou resulteren in de ontwikkeling van voornamelijk niet voor Mars te gebruiken Maan-hardware (met uitzondering van de raket) waardoor het rond 2030, of misschien zelfs 2040, noodzakelijk zou zijn opnieuw een compleet nieuwe set hardware uit te vinden. Gezien de budgetaire beperkingen van zo'n op zichzelf staand Maan-programma maakt dat het waarschijnlijk dat de eerste landing op Mars niet voor het midden van de 21ste eeuw zal plaatsvinden. Of, met het beperkte nut van voortdurende Maanexpedities zonder werkelijk perspectief, zou het programma gewoon kunnen doodbloeden.

c)De regering van 2009 zou kunnen besluiten een bemand Mars-project op te zetten, met het doel binnen tien jaar op Mars te staan en rond het zevende jaar van het programma expedities naar de Maan te ondernemen met gebruik van een aangepaste versie van de Mars-hardware. Omdat er slechts een enkele set hardware ontwikkeld moet worden in plaats van twee en omdat in de ruimtevaart de kosten een functie zijn van de vereiste menskracht en de benodigde tijd betekent dit een veel goedkopere benadering om de doelen van het nieuwe ruimtevaartbeleid te bereiken dan alternatief b. Bovendien is het de enige benadering die er, binnen het werkzame leven van elke volwassene van nu, toe zal leiden dat menselijke onderzoekers op Mars zullen rondlopen.

Het is daarom noodzakelijk dat iedereen die bemand onderzoek van Mars realiteit wil zien worden alles doet wat hij of zij kan om te strijden voor de stoutmoedige koers vertegenwoordigd door optie C. In laboratoria en technische organisaties, in de pers, in de klas en in de bestuurskamer, in het poolgebied en in de woestijn, in parlementaire kringen en op ieder forum van de publieke opinie, varierend van boeken tot technische geschriften en van internetnieuwsgroepen tot praatprogramma's op de radio, iedereen zal zijn aandeel moeten leveren.

Er is een deur geopend en een strijd van ideeen die de toekomst van de mensheid voor vele komende jaren zal bepalen is nu echt begonnen. Waar het toe zal leiden in aan ons. Strijdige visies die twee weken geleden slechts hypothetische debatten onder ruimte-activisten vormden staan nu in het centrum van de politieke belangstelling. We verwelkomen de uitdaging. Want met het verstand als getuige is en moed als gids zullen we overwinnen.

laatste wijziging:  31 januari 2004
Nog geen donateur?!
Word nu donateur!